LOADING

Lonneke van Straalen

Violist bij de muzikale ontdekplek in Amsterdam

Violiste zoekt eigen weg

Interview en tekst: Annie Oude Avenhuis
27 november 2017 

Ondernemend, dat is ze! Lonneke van Straalen is artistiek leider van ‘Pynarello, een rebellenclub die klassieke muziek anders, avontuurlijk en spontaner wil maken.’ Hiervoor krijgt ze de Prix Madeleine Margot. Ze heeft een actief en creatief brein, dat overuren maakt. Ze doet projecten voor kind-vluchtelingen en speelt in diverse kamermuziek ensembles. Als eerste violiste gaat ze bij het Nederlands Kamerorkest spelen. Wat heeft ze met de traditionele dresscode?

Viool
‘Ik wilde graag harp spelen, maar dat mocht niet van mijn vader, want die paste niet in de auto’. Lonneke gaat op haar zevende naar Algemene Muzikale Vorming: en haar docent zegt: “Denk eens aan een viool, want je hebt goede oren en een fijne motoriek.” Ze is een braaf meisje, studeert elke dag viool en het is al snel duidelijk dat ze aanleg heeft. ‘Mijn leven stond vrij snel in het teken van vioolspelen: ik speelde in een ensemble, in een orkest, deed mee aan allerlei concoursen en had vioolles.’ Haar ouders ondersteunen haar op verschillende manieren. ‘Mijn moeder herinnerde mij om te oefenen en dat was waardevol. Mijn vader was muziekleraar op een middelbare school.’

Conservatorium
‘Een leuke tijd met een hechte vriendenclub, eigenzinnige mensen, die elkaar hebben geïnspireerd.’ Het aanbod van de opleiding ervaart ze als saai. Ze wil graag jazz vioollessen en doet een voorstel bij een docent: “Dat kan niet, daar hebben we geen geld voor.” Vervolgens gaat ze zelf op zoek naar een viooldocent die jazz en improvisatie kan geven. Tijdens haar master krijgt ze twee kinderen: dochter Jip en Zoon Siem. ‘Ik wilde graag jong moeder worden, maar had nooit gedacht dat het zou gebeuren.’ Jan Bastiaan Neven is haar man, cellist in het Nederlands Kamerorkest.

Buiten gebaande paden
Na de opleiding vraagt ze zich af: wat ga ik als violiste doen? Is het  leuk om in een orkest te spelen? Ze doet auditie bij de Academie voor jonge orkestmusici van het KCO. Ze speelt regelmatig mee als remplaçant. Het is een hele drukke en waardevolle tijd. Ze zoekt naar nieuwe manieren om muziek toegankelijk te maken voor iedereen. Ze richt Pynarello op: een rebellenclub met klasse op zoek naar nieuw publiek. En dat lukt! ‘Live beleving van concerten vind ik van groot belang.’

Splendor
‘Ik voel me thuis in Splendor, dat past helemaal bij mijn zoektocht.’ Het is een combinatie van concertzaal, buurtkroeg, waar vrienden en collega’s elkaar ontmoeten. In 2016 heeft zij de jaarlijkse Nieuwjaar Parade georganiseerd: ‘Dat was een leuke gelegenheid om alle musici te leren kennen.’ De uitdaging voor Splendor is om meer saamhorigheid te creëren. Het is begrijpelijk dat iedere musicus voor haar of zijn experiment komt. Lonneke: “De vraag is hoe we ons als collectief nog sterker kunnen maken.

Dresscode
Met het ensemble Pynarello bereiden we “Beethoven 5” voor. Het repetitieproces is voor iedereen nieuw. We spelen zonder dirigent en zonder bladmuziek: dat geeft het collectief veel vrijheid, maar ook een enorme verantwoordelijkheid. Daardoor krijgt het repetitieproces een andere dynamiek en energie. In de week voor de première vragen de musici aan mij: “Wat is de dresscode?” Dat weet ik nog niet... Bij de meeste orkesten krijg je een kledingcode vantevoren met allerlei voorschriften hoe iedereen gekleed dient te gaan. Dat wil ik graag anders. Een paar dagen voor het concert vraag ik aan de musici om in concertkleding te komen, waar ze zich prettig in voelen. Het is een uitdaging om alles los te laten qua kleur en model. De centrale vraag is: “Wat dragen musici graag zelf.” Het resultaat is een heel kleurrijk plaatje op het podium: een rode avondjapon naast een spijkerbroek, bijvoorbeeld. Sommige mensen vinden dat dat écht niet kan, maar de meesten reageren heel positief. De musici voelen dat het anders kan én zij voelen zich er prettig bij. Voor veel musici is dat ook een openbaring.’